donderdag 31 december 2009

opdracht kinderbijbel lezen

Koning op een ezel van Nico Ter Linden
Verhalen uit het Nieuwe Testament
illustrator: Ceseli Josephus Jitta
Balans uitgeverij in 2006 te Amsterdam

Inhoud:


  1. Voorwoord: Hij schetst een situatie van vroeger waarbij hij uitlegt welk verhaal hij het liefst hoort uit de bijbel, namelijk Jezus die over het water loopt. Vervolgens vertelt hij dat hij net zoals iedereen er later vragen over kreeg en niet meer begreep waarom hij het vroeger zo mooi vond. Dit vertelt hij allemaal omdat kinderen nu wel al vragen beginnen te stellen op een zeer jonge leeftijd, in tegenstelling tot vroeger toen het allemaal werd aangenomen zoals het verteld werd. Ook legt hij het verschil tussen verhaaltaal en krantentaal uit. Dit doet hij aan de hand van een voorbeeld.
  2. Twee mannen uit Emmaüs: In dit verhaal wordt een beeld geschetst van de hoofdfiguren uit het boek, namelijk Matteüs en Lucas. Ze vertellen over Jezus die naar Jeruzalem wou en dat er dan een nieuwe tijd zou aanbreken in het hele land. Terwijl ze dit vertellen, zijn ze onderweg naar hun huis, terug van weggeweest.
  3. Over Mozes en Elia: Hier vertellen ze dat ze Jezus vaak in de bijbel zagen lezen, vooral de verhalen van Mozes. Dit omdat Jezus ongeveer hetzelfde wilde doen wat Mozes gedaan had ( het volk uit Egypte redden en naar het licht brengen, ze weer tot leven laten komen met Gods hulp). Ook de verhalen van Elia, een profeet, waren belangrijk voor Jezus. Hij maakte zich kwaad omdat de mensen de verhalen van Mozes aan hun laars lapten. Bij het eten geven ze weer hoe het een traditie was om samen met Jezus het brood te breken terwijl ze "brood van God, die het graan laat groeien" zeiden.
  4. En het werd weer licht: In dit verhaal bedenken Lucas en Mattheüs zich dat Jezus toch nog bij hen is, ondanks zijn kruisiging. Ze besluiten ook de verhalen van in het leven van Jezus op te schrijven.
  5. De Emmaüsgangers: Hun eerste verhaal gaat over henzelf. Het gaat erover dat ze vrienden waren van Jezus die samen met hem een jaar lang hadden rondgetrokken. Jezus was een man van God, hij zou ervoor zorgen dat de rollen worden omgekeerd. De laatsten worden de eersten, wie achter is moet voorgaan. De laatsten, de armen, de knechten kregen nieuwe hoop. Maar de eersten, de rijken, de bazen werden bang en brachten hem voor altijd tot zwijgen. Hij werd gekruisigd. Zijn vrienden gingen bedroefd terug naar huis. Maar ineens liep er een derde man met hen mee die Jezus niet kende. Ze vertellen over hem, over zijn leven en zijn dood. De man ging met hen mee en at die avond samen met hen. Toen ze aan tafel zaten, nam hij het brood, brak het en zei: brood van God. Ze antwoordden met : brood van god die het graan laat groeien. Terwijl ze dit zeiden, keken ze elkaar aan en wisten meteen dat de derde man Jezus was. Maar Jezus was op dat moment uit hun midden verdwenen. Hij is dus als een graankorrel gestorven, als een korenaar opgestaan uit de dood.
  6. Wandelen over water: Matteüs heeft gedroomd dat ze in een bootje op het water zaten met de twaalf discipelen, Petrus aan het roer. Ineens kwam een storm, golven huizenhoog, het schip kraakte. Ineens wit gestalte dat op hun afkomt, een witte man. Waarschijnlijk deze droom doordat ze vaak over Mozes spraken de laatste tijd. ( Mozes baande met Gods hulp een weg dwars door het water van de zee) Eerst dachten ze dat het een spook was, maar toen het dichter kwam, zagen ze dat het Jezus was. Petrus wilde naar Jezus toestappen over het water, maar er kwam opeens een grote golf van opzij. Hij schrok, raakte in paniek en dacht nu verdrink ik. En op datzelfde moment zonk hij weg in de diepte. Jezus kon hem nog maar net vastpakken en zette hem weer op zijn benen, op het water. Je geloof is wel heel klein zei Jezus tegen hem. Als er even iets gebeurt, ben je meteen doodsbang. Moet je niet zijn. Samen gaan ze terug aan boord van het schip en zongen een lied.
  7. Het verloren schaap en de verloren penning: Nu komt een verhaal dat Jezus zelf heeft verteld, een gelijkenis. Dan moest je raden waarover het eigenlijk gaat. Hij deed dit elke keer als er een maaltijd met hem werd gehouden. Stel: jij bent een herder en hebt honderd schapen. Maar ineens merk je dat er een weg is. Het dier is van het goede pad geraakt, het is verdwaald, wie weet is het gevallen en heeft het een poot gebroken. Als je een goede herder bent, dan laat je die negenennegentig schapen achter om dat ene verloren schaap te zoeken. Wanneer je het gevonden hebt, ben je dolblij. En wanneer het beestje niet meer kan lopen omdat hij te moe is of te ziek, dan til je het op en je draagt het op je schouders naar huis. Je roept je vrienden en je buren erbij: kijk eens wat fijn, mijn schaap was verloren, maar ik heb het weer gevonden! Wanneer er op aarde een verloren mensenkind gevonden wordt, zijn ze in de hemel net zo blij als die herder. Of stel: jouw moeder heeft een mooie ketting met tien munten eraan. Ze verliest een van die munten, ergens in huis. Dan kan ze die hele ketting niet meer dragen. Ze zoekt hem overal, onder de kast, achter de kachel, ze schudt het kleed uit, ze kijkt in kieren en spleten, en dan ineens, daar blinkt iets, jawel hoor, daar ligt de zilveren munt. Ze kan haar geluk niet op. Ze roept haar vriendinnen en de buren: kijk eens, ik was hem kwijt, maar ik heb hem weer gevonden, mijn ketting is weer compleet! God en zijn heilige engelen zijn net zo blij als jouw moeder als er een verloren mensenkind weer wordt gevonden. Deze gelijkenis gaat eigenlijk over Jezus zelf, hij kroop over de wereld om het verlorene te zoeken.
  8. De verloren zoon: Nog een gelijkenis... Een vader had twee zonen. De oudste was een rustige, oppassende jongen. Hij was altijd aan het werk, op het land of in de stallen. Elke avond las hij een goed boek en daarna ging hij op tijd naar bed. Zijn broer was dan meestal nog niet thuis, die was aan de zwier. Op een dag ging de jongste zoon weg, hij vroeg aan zijn vader om dan al de helft van zijn bezit te krijgen in plaats van na zijn dood. Hij vertelde dat hij een verre reis ging maken. Het sneed de vader door zijn ziel, het was net alsof zijn zoon het jammer vond dat hij nog niet dood was. En wat kon er allemaal niet gebeuren zo ver weg? Maar hij zei niets en gaf hem de helft van zijn bezit. Vroeg in de morgen vertrok de jongste zoon en ging op pad. Heerlijk, die vrijheid! hij had met niemand meer iets te maken, hij kon doen wat hij wou, hij was zijn eigen baas. En er was geen mooier land op de wereld dan het land waar hij naartoe ging! Het was ook een mooi land en hij leefde er vrolijk op los. Hij had veel vrienden, want hij had veel geld. Maar toen zijn geld verdwenen was, waren ook zijn vrienden verdwenen en alsof dat nog niet erg genoeg was: er brak een hongersnood uit. Alleen de rijken konden nog een beetje eten kopen, maar hij had geen cent meer. Hebt u geen werk voor mij? vroeg hij aan een boer. Hij mocht er de varkens hoeden. Onreiner dieren bestaan er niet. Smeriger werk was er niet en hij kreeg er nauwelijks geld voor, niet meer dan een hongerloon. Soms knorde zijn maag net zo hard als zijn beesten knorden. Dan at hij varkensvoer. Hij vroeg zich af hoe het thuis was, of ze vaak aan hem zouden denken. Het ene ogenblik vond hij het te laf terug te gaan, het andere ogenblik vond hij dat je er net moedig voor moest zijn. Hij zou tegen zijn vader zeggen: Vader, ik ben stom geweest. Het leven dat ik van God heb gekregen, ik heb er een bende van gemaakt. Ik ben het niet waard dat ik nog langer uw zoon heet, maar laat mij alstublieft een van uw knechten zijn. Hij vertrok terug richting thuis en nam wat aardappelschillen van de varkens mee voor onderweg. De hele lange tocht terug zei hij steeds weer dezelfde zin hardop, hij mocht hem niet vergeten. Eindelijk, daar zag hij zijn huis in de verte, er stond iemand bij de voordeur. Het was zijn vader, die snelde hem tegemoet met wijd open armen. Hij viel hem om de hals en kuste hem. De vader liet hem niet uitspreken met zijn zin, hij werd opgeknapt en er werd een groot feest georganiseerd. Maar zijn oudste broer was aan het werk op het land. Toen die aan het einde van de dag thuiskwam, hoorde hij vrolijke muziek. Hij rook het vlees dat ze aan het roosteren waren. Er was een feest aan de gang, maar voor wie, wat,...? Mijn broer zal toch niet??? Hij vond het maar beter om niet binnen te gaan. Aan een van de knechten die net een fles wijn uit de kelder had gehaald vroeg hij om uitleg. Die vertelde het van zijn broer. Hij was erg boos, hij werkt er jaar in jaar uit op het land en in de stallen, doet nooit iets wat niet mag. Maar hij kreeg nog niet eens een geitenbokje om met zijn vrienden op te eten. Maar nu dat lieve zoontje van hem terug is, die zijn hele erfenis erdoor heeft gejaagd met alles wat God verboden heeft, laat hij voor hem het gemeste kalf slachten! Jongen, zei zijn vader, jij bent altijd bij mij, alles wat van mij is, is van jou. Ik begrijp je niet, we moeten feestvieren, jij en ik, want je broer was dood en hij is weer tot leven gekomen, hij was verloren, maar hij is gevonden.
  9. De bergrede (1): Matteüs en Lucas wilden ook alle spreuken en uitspraken van Jezus opschrijven. Maar die kenden ze niet meer allemaal. Daarom vroegen ze aan de discipelen om te vertellen wat ze nog wisten. Die hebben ze dan in een lange toespraak geschreven, net alsof Jezus ze in een keer verteld heeft. Hij heeft Jezus die toespraak op een berg laten geven, een tweede Mozes. (De tien geboden) Het verhaal gaat zo... Jezus klom op een berg, zijn volgelingen zaten om hem heen. Mozes en Elia hebben het allemaal al verteld, ik ben gekomen om ze nieuw leven in te blazen, ik denk dat we nog een stapje hoger moeten gaan dan hen. Je mag niet moorden, kwaadheid uitpraten, niet te snel oordelen, je naaste liefhebben, je vijand liefhebben, je moet geweld niet met geweld beantwoorden.
  10. De bergrede (2): (Vervolg op vorige) Verzamel mooie gedachten en goede daden, denk niet dat je twee goden tegelijk kunt dienen.
  11. De jongeling van Naïn: Matteüs beschrijft Jezus als een tweede Mozes, Lucas wil hem beschrijven als een tweede Elia.
  12. Na de bergrede: Matteüs voegt nog toe aan bergrede dat je iemand die lelijk tegen je is geweest, niet zevenmaal maar zeventigmaal zevenmaal moet vergeven. Vervolgens sprak Jezus over horen en doen. Hij zei: "Als je mijn woorden hoort en ze doet, dan ben je net zo wijs als de man die zijn huis op een rots had gebouwd. De regen plensde neer, de bergstromen raasden naar beneden, de winden loeiden om het huis, maar het stortte niet in, want het stond op een rots. Als je mijn woorden hoort, maar je doet ze niet, dan ben je net zo dwaas als de man die zijn huis op zand had gebouwd. De regen plensde neer, de bergstromen raasden naar beneden, de winden loeiden om het huis, en het huis stortte in, want het was op zand gebouwd." Einde bergrede. Jezus gaat de berg af, terug naar de mensen. Hij kwam er een melaatse man tegen, een jood. Hij had wonden op zijn gezicht en zijn handen, hij stonk. Eigenlijk mocht die man daar helemaal niet lopen, de mensen wilden niet dat hij bij hen in de buurt kwam, ze waren bang dat ze dan ook melaats werden. Jezus genas hem door hem aan te raken. Toen Jezus Kafarnaüm binnenkwam, liep er een militair uit het Romeinse bezettingsleger naar hem toe. Zijn knecht lag ziek in zijn huis, hij is helemaal verlamd, hij heeft veel pijn. Jezus vraagt of hij naar hem toe zal komen en hem genezen? Maar de hoofdman wist niet wat hij hoorde, een jood mag toch niet het huis van een heiden betreden, hij moet toch de wetten in acht nemen? Hij antwoord dat hij het niet waard is dat Jezus onder zijn dak komt, en dat het helemaal niet nodig is. Hij moet maar 1 woord te zeggen en zijn knecht zal genezen zijn. Jezus moet zoals echte soldatenpraat "ga" roepen, dan zal de ziekte gaan en zijn knecht zal genezen zijn.
  13. De barmhartige Samaritaan: Een gelijkenis van Jezus. Er kwam een geleerde man bij Jezus, die kende de bijbel bijna uit zijn hoofd en wist zeker dat Jezus niet het goede geloof had. Hij vroeg aan Jezus wat je er eigenlijk voor moet doen om later in de hemel te komen? Jezus antwoord dat hij dacht dat de man zo geleerd was en vraagt wat Mozes ons heeft geleerd. Mozes heeft ons 2 geboden gegeven: Heb god lief en je naaste lief, want die is net als jij. Goed geantwoord, als je dat doet, kom je later in de hemel. Jezus dacht dat de man nu wel verder zou lopen, maar hij bleef staan. Wie is mijn naaste? Ze hadden het over de twee geboden, over het dienen van God en het dienen van de naaste, hij vraagt wie is mijn naaste. Hij vraagt niet wie God is. Waarom? Denkt die geleerde meneer misschien dat hij dat allang weet? Maar hij weet nog niet eens wie zijn naaste is! Luister... Een man daalde af uit Jeruzalem en plots sprongen rovers tevoorschijn. Ze sloegen hem bont en blauw, tot bloedens toe, rukten hem de kleren van het lijf, pakten hem zijn geld af en lieten hem halfdood aan de kant van de weg liggen. Priester komt langs, snel kwam hulp opdagen. Priester was net in tempel geweest, had net God gediend. Nu kon hij laten zien dat hij niet alleen het eerste, maar ook het tweede gebod kende, hij kon nu zijn naaste dienen. Maar hij liep in een grote boog om de gewonde man heen, keek andere kant op en stapte hard door, rovers waren misschien nog in de buurt. Er kwam ook een leviet (knecht van priester) aanlopen en net wat de priester doet, hij doet het net zo. Toen kwam er een Samaritaan voorbij. Die kwam niet uit Jeruzalem, hij was daar gewoon op reis. Hij heeft een andere tempel, een andere bijbel. Maar wat deed die Samaritaan? Hij zag de gewonde man liggen, hij kreeg medelijden, knielde bij hem neer, verbond zijn wonden, gaf hem te drinken en zette hem op een ezel. Nog even volhouden zei hij, ik breng je naar een herberg. Aan de herbergier gaf hij geld om voor hem te zorgen, net zolang tot hij helemaal beter is. Als het niet genoeg is, geeft hij de rest van het geld wanneer hij opnieuw in de buurt is. De naaste van deze gewonde man was dus de Samaritaan. Ga heen en doe evenzo...
  14. Brood voor het hele volk: Het mooiste wat er is vinden Lucas en Matteüs de wekelijkse samenkomst om te zingen en te bidden, elkaar verhalen te vertellen van vroeger en nu. Het allermooist vind Lucas dat een van hen het grote ronde brood neemt, het breekt en ervan deelt. Net zoals Jezus de avond voor zijn heengaan. Hij denkt dan ook aan de broodverhalen van David en Elisa. David die op de vlucht was voor koning Saul en samen met zijn mannen half verhongerd in de tempel kwam. Die priester gaf ze 5 van de 12 heilige broden. Er liggen er altijd twaalf, eentje voor iedere stam van Israël. En hij kreeg er 5, dat is ook het getal van Israël. Israël moet vertellen van de ene God in de vier windstreken. Mozes schreef ook 5 boeken. Elisa was een profeet die prachtig over God kon vertellen. Op een keer zaten er een heleboel mensen om hem heen, urenlang. Elisa vond dat ze maar eens wat moesten gaan eten, maar zijn vrienden dachten dat er niet genoeg zou zijn, ze hadden maar een paar broden. Dat is wel genoeg, deel ze maar uit, er was genoeg voor iedereen, ze hielden er zelfs nog van over. Een broodverhaal over Jezus... Jezus was moe van het luisteren naar alle verhalen van pijn en verdriet. Hij had niet eens de tijd om rustig te eten. Samen met de discipelen stapten ze in een bootje en vaarden naar een plek om even alleen te zijn. Maar de mensen zagen waar ze naartoe gingen en ze liepen er snel heen, ze waren nog eerder dan de boot. Schapen waren het, schapen zonder herder. De discipelen wilden ze wegsturen, maar Jezus zag de honger in hun ogen, hun verlangen naar wat echt is en goed, naar woorden om in te wonen. Hij zette zich neer in het gras en weer vertelde iedereen over zijn pijn en verdriet en Jezus vertelde urenlang van God. Moeten de mensen niet eens naar huis om wat te eten? Waarom geven jullie ze geen brood, dan kunnen ze hier eten? We hebben veel te weinig voor zoveel mensen. Hoeveel broden hebben jullie? 5. Dat lijkt me meer dan genoeg. Hij nam de 5 broden, sloeg zijn ogen op naar de hemel, brak de broden. De mensen aten, er was genoeg voor iedereen, ze hielden er zelfs nog van over. Twaalf manden maar liefst! 5000 mensen hadden ervan gegeten.
  15. Brood voor iedereen: Jezus was in het begin alleen op Israël gericht, op de kinderen van Abraham, Isaak en Jakob. Later kreeg hij ook oog voor de heidenen, voor eenieder die Abraham niet tot vader heeft. Die ommekeer maakte hij toen hij letterlijk over de grens ging.
  16. De farizeeër en de tollenaar: Iemand zat op te scheppen tijden het breken van het brood, hij vertelde dat als hij dood was, hij direct naar de hemel zou mogen gaan. De vrouw naast hem dacht net het tegenovergestelde. Ze dacht dat God nog wel een appeltje zou schillen met haar als ze aankwam bij de hemel. Lucas moest denken aan een verhaal van Jezus... Tollenaars: mensen van ons eigen volk die belastingen voor de keizer van Rome inden, vaak meer dan nodig om eigen zak te vullen, toen de Romeinen hier de baas waren. Farizeeërs: gelovige mannen die je altijd de heilige boeken ziet bestuderen. Je hebt er goede en schijnheilige farizeeërs. De laatste komt in dit verhaal aan bod. Er gingen twee mensen naar de tempel om te bidden, een farizeeër en een tollenaar. De farizeeër liep door tot het midden van het tempelplein, zodat iedereen hem goed kon zien. Hij sloeg zijn ogen op naar de hemel en sprak zo luid dat iedereen kon horen hoe goed en vroom hij wel was. De tollenaar was aan de rand van het tempelplein blijven staan. Hij hief zijn ogen niet op naar de hemel, dat durfde hij niet goed. Hij zei ook niet zoveel als de farizeeër, hij vroeg enkel om genade. Wie van die twee is nu een vriend van God denk je?
  17. Zachëus: Hij was een tollenaar die erg ongelukkig was. Toen hij hoorde van de aantocht van Jezus ging hij kijken, maar kon niets zien doordat hij zo klein was. Hij kroop daarom in een boom. Jezus zag hem zitten en ging bij hem eten. Op dat moment vertelt Zachëus tegen Jezus dat hij niet gelukkig is, dat hij geen vrienden heeft. Jezus zegt hem dan dat hij al zijn geld moet geven aan de armen, dat hij dan gelukkig zal worden.
  18. Onze Vader: Het gebed zin voor zin uitgelegd door Jezus om de mensen te tonen hoe ze kunnen bidden.
  19. Zeventig maal zeven maal: Er was eens een koning, die nog een heleboel geld van zijn buurman kreeg, wel tienduizend talenten. Zoveel verdient een rijk man nog niet in tien jaar. Op een dag zei de koning dat hij het geld terug wou hebben. De buurman schrok, stond te trillen op zijn benen. Hij had dat geld niet. De koning zei dat hij zijn huis dan maar moest verkopen. De buurman viel op zijn knieën en smeekte dat de koning geduld moest hebben, zijn vrouw, kinderen en hij moesten toch ergens wonen? Hij beloofde dat hij alles zou terugbetalen. De koning kreeg medelijden met zijn buurman. Hij dacht dat de man dat toch nooit van zijn levensdagen zou redden, al die tienduizend talenten terugbetalen. Dan moet hij altijd in angst leven. Daarom zal ik mij over hem ontfermen, ik scheld hem zijn schulden kwijt. Dan kan hij weer vrij ademhalen, samen met zijn vrouw en kinderen. En dat deed hij. De man wist niet wat hij hoorde, hoefde hij echt niets terug te betalen? Ik weet niet hoe ik u moet bedanken, heer koning, stamelde hij. Je hoeft mij niet te bedanken, ik voel me rijk wanneer alle mensen in mijn land vrij kunnen ademhalen. Opgelucht liep de buurman weer naar huis, naar het huis dat hij niet hoefde te verkopen. Niet lang daarna kwam hij zijn buurman tegen. Hij kreeg nog wat geld van hem, honderd schelling, veel was het niet: het loon van een arme druivenplukker voor een paar maanden werk. Hij wilde die schellingen nu terughebben. Maar hij had dat geld niet. Dan moet je je huis maar verkopen. Ook hij viel op zijn knieën en smeekte. Maar de man reageerde niet zoals de koning, zijn geduld was op. Hij zette zijn buurman in de gevangenis tot hij zijn schuld had afgelost, tot de laatste schelling toe. De dienaren vertelden de koning dat de buurman van de buurman in de gevangenis zat omdat hij een schuld van honderd scheliingen niet kon betalen aan de buurman. De koning liet zijn buurman halen. Noem je dat vrij ademhalen: je buurman het mes op de keel zetten? Zal ik jou eens wat vertellen? Ik heb net gehoord dat er vandaag een plaats vrijkomt in de gevangenis. Dat lijkt me een mooie plek voor jou, net zolang totdat je mij alles hebt betaald. Ik denk dat die koning en onze Vader in de hemel op elkaar lijken zei Jezus...
  20. De werkers van het elfde uur: Er was eens een wijngaardenier, de eigenaar van een grote wijngaard. Toen de druiven rijp genoeg waren om geoogst te worden, ging hij om 6u in de ochtend naar de markt om arbeiders te huren. Er stonden een paar mannen die voor ieder een schelling een hele dag zouden druiven plukken. Om 9u in de ochtend ging de man terug naar de markt om nog enkele arbeiders in de wijngaard te krijgen. En ja hoor, er kwamen er weer enkele mee. Maar er waren zoveel druiven en de tijd ging zo snel dat de wijngaardenier nog twee keer naar de markt ging om nieuwe arbeiders te halen, om 12 en 3u in de middag. Om 6u in de namiddag, het werd al wat koeler, ging hij nog een keer naar de markt en weer kwam hij arbeiders tegen die nog een paar uur wat konden doen. Ze werkten allemaal tot de zon onderging. In het kantoortje konden de arbeiders hun loon halen. Eerst die van het laatste uur vroeg de wijngaardenier. Die kregen elk een schelling. Dat ziet er goed uit voor ons zeiden de mensen van het eerste uur. Andere jongens hebben maar even gewerkt toen het koel was, wij werkten de hele dag in de felle zon. Als zij ieder een schelling krijgen, wat krijgen wij dan wel niet? Uiteindelijk komen zij ook aan de beurt en de wijngaardenier geeft hen elk een schelling, ze zijn erg teleurgesteld. Ben ik oneerlijk vroeg de wijngaardenier. Hadden wij niet afgesproken dat ik jullie ieder een schelling zou geven? En ik wil graag aan de laatsten net zoveel geven als aan jullie. Het is toch mijn wijngaard, wat kijken jullie boos, is dat soms omdat ik goed ben?
  21. De toren van Siloam: Tijdens bruiloft in Kafarnaüm stapten alle bruiloftsgasten in een bootje om te gaan varen, het is omgeslagen en ze zijn allemaal verdronken. Zou dat nu zomaar gebeuren, bij toeval, of zit God daarachter? Misschien waren het wel slechte mensen daar in Kafarnaüm. Dat mag je nooit zeggen! Herinneren jullie je nog dat hier jaren geleden in Jeruzalem de toren van Siloam instortte? Daar waren bouwvakkers aan het werk, timmermannen en metselaars, en ineens viel die toren in duigen, en toen de wind de stofwolken had meegenomen, vonden ze achttien mannen onder het puin, dood. Er was ook een kleine jongen bij, die net een pakje brood kwam brengen, omdat zijn vader dat per ongeluk thuis had laten liggen. En een schilder die gelogen had dat hij ziek was, zat intussen lekker thuis. Jezus gruwde bij de gedachte dat het slechte mannen waren volgens de mensen. Hoe komen jullie op het idee zei hij kwaad. Denk je nu werkelijk dat die achttien mannen slechter waren dan jullie en slechter dan alle inwoners van Jeruzalem? Laten de vrouwen en de kinderen van die slachtoffers het niet horen en laat de moeder van dat jongetje het niet horen. Denk je nu werkelijk dat God hierboven die jongen met dat pakje brood de dood injaagt en die leugenaar van een schilder het leven redt? Nee, die achttien zijn niet omgekomen omdat ze zo slecht zijn. Wie zo denkt, zit op een dood spoor.
  22. De bokken en de schapen: Fantasieverhaal van Matteüs... In mijn fantasie zag ik een heleboel mensen bij Jezus komen. Hij zat op een troon in de hemel, als een soort koning. Een voor een kwamen de mensen bij hem, en de een moest links van de troon gaan staan, een ander rechts van de troon. Net als een herder die de dieren van zijn kudde scheidt: de bokken links, de schapen rechts. Ik dacht: de mensen rechts, dat zullen wel de goede mensen zijn, de mensen links de slechte. Toen werd het stil in de hemel, de koning nam het woord, Jezus ging spreken. Hij keek de mensen aan zijn rechterhand vriendelijk aan en zei: wees welkom in de hemel. Ik ben blij dat jullie er zijn, want je hebt het wel verdiend. Want ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken, ik was een vreemdeling, maar jullie waren gastvrij, naakt was ik, maar jullie gaven mij kleren. Ik was ziek en jullie kwamen naar mij toe, ik zat in de gevangenis, en jullie zochten mij op. De mensen aan zijn rechterhand begrepen hem niet. Wanneer dan wel? Jullie hebben hulpeloze mensen geholpen, en wat je voor die mensen gedaan hebt, dat heb je voor mij gedaan. Zij zaten in de hoek waar de klappen vielen, en jullie hebben je over hen ontfermd, je hebt mij gediend door hen te dienen. Jezus keek naar links, met een gezicht als een donderwolk. Jullie zijn hier niet welkom, ga uit mijn ogen. Ik had honger, maar jullie gaven mij niet te eten, ik had dorst, maar jullie gaven mij niet te drinken. Ik was een vreemdeling, maar jullie waren niet gastvrij, naakt was ik, maar jullie gaven mij geen kleren, ziek en in de gevangenis, maar jullie hebben mij niet bezocht. De mensen aan zijn linkerhand schrokken en probeerden zich eronderuit te praten. Wanneer dan? Naar hulpeloze mensen hebben jullie geen hand uitgestoken, en wat je voor die mensen niet gedaan hebt, dat heb je voor mij niet gedaan. Wegwezen, ik wil jullie nooit meer zien.
  23. Worden als een kind: Geloven is niet voor de eersten, maar voor de laatsten. Het is niet voor de bovensten, maar voor de ondersten, niet voor de groten, maar voor de kleinen. De discipelen liepen op een keer met Jezus door de velden. Jezus liep een beetje achterop, wat mijmerend. Zijn dicipelen hadden het over wie de beste discipel was, Jezus werd er niet vrolijk van. Onder een olijfboom aan de kant van de weg krijgen ze een beetje water van een kleine herdersjongen die daar zijn geiten hoedde en rustten ze wat uit. Jullie willen allemaal de eerste zijn he? Zal ik jullie eens wat vertellen? Als je de eerste wil zijn, dan moet je de laatste worden. Je moet niet willen heersen, je moet willen dienen. Neem nu deze jongen hier, hij is nog een kind. Jezus sloeg een arm om hem heen. Hij kan niet lezen en schrijven, hij is arm en van de bijbel heeft hij waarschijnlijk nog nooit gehoord. Maar hij heeft een bijzondere plek in het hart van God. Zouden jullie dat nu eens willen onthouden? Dat zouden ze doen. Maar Jezus heeft het hen nog enkele keren moeten vertellen voor het tot hen doordrong. Hij was in een stad aangekomen en de mensen dromden om hem heen. Ze kwamen met hun kinderen naar hem toe, ze wilden dat hij zijn hand op hun hoofd zou leggen, ze wilden dat hij hun kinderen zou aanraken en de zegen geven. De discipelen vonden het maar niks en wilden de mensen wegjagen. Maar Jezus werd boos en zei dat ze hun mond moesten houden. Wat zijn jullie toch hardleers. Geloven is niet voor de eersten, maar voor de laatsten. Het is niet voor de bovensten, maar voor de ondersten, niet voor de groten, maar voor de kleinen. Laat de kinderen naar mij komen, houdt ze niet tegen. Kinderen van mijn Vader zijn het, en jullie moeten maar zien of je dat ooit nog kunt worden. Laat doorgaan, laat doorgaan, wie achter is moet voorgaan. Toen kwamen de kinderen een voor een naar voren. Jezus legde zijn hand op hun hoofd en gaf ze de zegen. Jij bent een kostbaar kind van God, zei hij. Zul je dat nooit vergeten, wanneer je groot geworden bent?
  24. Een zaaier ging uit om te zaaien: Een zaaier ging uit om te zaaien. Een deel van het zaad viel op het pad, er vlogen onmiddelijk vogels op af en die pikten het op. Weg zaad. Een ander deel van het zaad viel op rotsige grond, waar maar een dun laagje aarde lag. Het zaad kwam op, er groeide een klein plantje, maar toen de zon ging schijnen verschroeide en verdorde het, want het had geen wortels om water te drinken. Nog een ander deel van het zaad viel tussen de doornstruiken, maar toen die struiken groter werden, kon het plantje niet groeien, het stikte, het droeg geen vrucht. De rest van het zaad viel in goede aarde. Het ontkiemde en droeg vrucht. Uit ieder zaadje groeiden wel dertig nieuwe zaadjes, of zestig of honderd! Uitleg... Een deel van het zaad viel op het pad. De grond is daar hard. Sommige mensen zijn net zo gesloten, ze zitten potdicht, er kan niet een woord uit de hemel binnenkomen. De zaaier heeft voor niets gezaaid. Een ander deel viel op rotsige bodem, waar maar een beetje aarde lag. Het zaad ontkiemde, maar slechts voor even. Je hebt van die mensen: ze roepen meteen dat ze iets mooi vinden, maar het zit niet diep, het zaadje schiet geen wortel. Het plantje verdort snel, die mensen vinden ineens weer iets anders mooi. Iets wat niet zo moeilijk is. Nog een ander deel viel tussen de doornstruiken. Hebben jullie enig idee waar die struiken voor staan? vroeg Jezus. Wat zijn dat voor doornen die op aarde het woord uit den hoge verstikken? De discipelen dachten na. Ze vonden het een moeilijke vraag. Dat je alleen aan jezelf denkt. Dat je denkt dat jij God bent en dat jij het voor het zeggen hebt. Een derde zei dat geld en goed in je leven het belangrijkste zijn, en niet God. Inderdaad zei Jezus, dat is allemaal onkruid, en dan sterft het zaad een vroege dood. Het kan alleen maar ontkiemen wanneer een mens niet van zichzelf vervuld is, maar open en ontvankelijk is voor God. Eigenlijk had Jezus het in die gelijkenis over zichzelf. Hij was een zaaier die uitging om te zaaien, maar het zaad dat hij zaaide droeg nauwelijks vrucht. Waarom hield hij niet met zaaien op, waarom ging hij ermee door? Het zaad stierd en de zaaier zelf ook. Maar hij gaf de hoop niet op. Wie gelooft, blijft altijd hopen.
  25. De bloedvloeiende vrouw: Deze vrouw heeft niet zoals elke vrouw gewoon maandelijks haar maandstonden. Ze heeft ze elke dag opnieuw, al twaalf jaar lang. Hierdoor kan ze geen man houden en geen kinderen krijgen. De vrouw raakt de kledij van Jezus aan wanneer die onderweg is naar het huis van Jaïrus, wiens dochter doodziek schijnt te zijn, en wordt hierdoor genezen. Doordat ze de zoom van zijn kleed heeft aangeraakt, is ze een ander mens geworden. Is het de kracht die van Jezus is uitgegaan? Of is het de kracht die zijzelf in haar binnenste had wakker geroepen? Ze hadden elkaars kracht nodig, Jezus en die vrouw. Jezus merkt het en wil weten wie hem heeft aangeraakt. Hij zegt tegen haar dat haar geloof haar heeft genezen, ga heen in vrede.
  26. Het dochtertje van Jaïrus: Ze dacht "was ik maar dood" en ze at niet meer. Jaïrus vroeg aan Jezus of hij alstublieft kon komen en zijn hand op haar hoofd kan leggen, ze ligt op sterven. Maar onderweg is er het oponthoud met de bloedvloeiende vrouw. De buurman komt vertellen dat de dochter gestorven is, dat hij Jezus niet langer moet storen. Maar Jezus zegt hem dat de dochter alleen maar slaapt, dat hij hem moet geloven. Jaïrus zegt nog altijd dochtertje, net alsof ze nog een kind is, maar ze heeft al haar maandstonden, ze is klaar om op haar eigen benen te staan en op zoek te gaan naar een man. Hij neemt haar hand en zegt dat ze moet opstaan, dat ze op eigen benen moet opstaan, dat het de hoogste tijd is en ze het heus wel kan. Het meisje is later het huis uitgegaan om haar eigen leven te gaan leven.
  27. Legioen was zijn naam: Legioen woonde in het land der Gerasénen, in het heidense land dus, aan de overkant van het meer van Galilea. Nu ja, woonde, er staan daar geen huizen, er zijn spelonken waarin de mensen hun doden begraven. Maar in die holen en spelonken zitten ook vaak allerlei figuren die niet bij de mensen willen wonen of kunnen wonen. Jezus gaat naar hem toe en verdrijft de demonen uit zijn lichaam, samen met de man. Hij schreeuwt dat ze moeten opdonderen en hij ziet ze uit zijn lichaam verdwijnen, recht in een kudde zwijnen. Die zwijnen lopen de berghelling af, steeds harder. In een razende vaart stormen ze naar beneden, en kijk nu eens, ze storten zich halsoverkop in de zee, hoog spat het water op. Ik zie ze zinken, ze kunnen niet zwemmen, ik zie ze verdrinken. En nu, o wat is dat mooi, nu gaat de zee weer liggen, het water is weer zo glad als een spiegel. Ik kan de zon in het water zien schijnen.
  28. De rijke jongeling: Een jongeman van ongeveer 20, 25 jaar oud kwam op een keer bij Jezus. Hij had een aardig gezicht en droeg mooie kleren. Hij vroeg aan Jezus wat hij moest doen om een goed mens te zijn, een mens naar Gods hart. De geboden leeft hij al na, hij lijkt op zoek naar wat echt goed en zuiver is. Er is nog 1 ding dat je kunt doen zegt Jezus. Als je je leven helemaal aan God wilt wijden, kun je je niet ook druk maken om aardse bezittingen. Verkoop daarom alles wat je hebt, dan ben je vrij. Geef het geld aan de armen, dan heb je een schat in de hemel. Kom daarna terug om mij te volgen. De jongen schrok. Hij moest er niet aan denken dat hij zijn hele bezit zou moeten opgeven. Hij werd er verdrietig van. Hij wilde nog wat terugzeggen, maar hij wist niet wat. Zo goed als deze meester zou hij nooit kunnen worden. Met gebogen hoofd ging hij heen. Het is moeilijk voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan. Een kameel gaat gemakkelijker door het oog van een naald dan een rijke door de poort van het Koninkrijk van God.
  29. De rijke man en de arme Lazarus: Er was eens een rijke man die woonde in een mooi huis met een hoog hek eromheen, want hij was bang voor dieven. Iedere dag vieder hij feest met zijn vrienden. Bij de poort van het hek zat een bedelaar, Lazarus was zijn naam. Hij had wat lompen over zijn lijf en hij had honger. Maar van de rijke man kreeg hij niets. Het duurde niet lang of de bedelaar stierf van de honger en kou. Gods engelen droegen hem naar het dodenrijk, naar de mooie afdeling ervan. Na een tijd stierf ook de rijke man. Zijn vijf broers droegen hem naar zijn graf op een fraai plekje in de tuin. Ook de rijke man belandde in het dodenrijk, maar wel in een andere afdeling van die van Lazarus. Hij zat hij het helse vuur. Nu is hij een bedelaar voor een slokje water. Er gaapt een kloof tussen jullie, jij kan niet bij hem komen en hij niet bij jou. Op aarde had je die kloof nog kunnen overbruggen. Maar dat heb je niet gedaan. Nu is het te laat. De rijke man beseft dat het met zijn vijf broers ook slecht zou aflopen, de waren net zoals hij. Dus vroeg hij om Lazarus te sturen om hen te waarschuwen. Maar dat heeft geen zin, als ze zich niet aan Mozes storen, zullen ze ook niet luisteren naar iemand die uit de doden is opgestaan.
  30. Bartimeüs, de blinde bedelaar: Bartimeüs was een blinde bedelaar met een bakje voor zich waar de mensen af en toe geld in lieten vallen. Hij had gehoord dat Jezus zou komen en wou graag zijn kans wagen, maar zou hij hem wel zien? De stemmen van de menigte kwamen dichterbij en hij riep luid. Zoon van David, heb medelijden met mij. Als het Davids zoon is die langskomt zal hij Bartimeüs zien en misschien, heel misschien zal Bartimeüs hem mogen zien. Jezus stond stil en zegt dat hij iemand hem hoort roepen. Hij vraagt om de man bij hem te brengen. Bartimeüs wierp zijn bedelaarskleed af, alsof hij nu al wist dat hij die lap nooit meer hoefde te dragen omdat een nieuw leven hem wachtte. Hij ging naar Jezus toe. Ik wil zo graag weer zien en ik geloof dat jij mij kunt helpen. Je geloof heeft je gered zei Jezus. Toen keerde het licht terug in zijn dode ogen, Bartimeüs kon weer zien.
  31. Vijf wijze en dwaze meisjes: Er zijn 10 bruidsmeisjes die de bruidegom zullen begeleiden in een vrolijke optocht naar het huis van zijn geliefde. Aan de rand van het dorp wachten ze hem op, met hun lampen, want als hij 's nachts komt, zullen ze met hun lichtjes door de straten gaan. 5 meisjes waren wijs, ze hadden hun lampen goed met olie gevuld. 5 meisjes waren dwaas, zij hadden hun lampen wel bij zich, maar er zat te weinig olie in. Toen de bruidegom in aantocht was staken ze hun lampen aan. Die van de eerste vijf meisjes brandden prachtig, de andere vijf walmden even op, maar hielden er toen mee op. Ze vroegen wat olie aan de wijze meisjes, maar dat zal niet gaan. Straks is er niet genoeg olie voor ons en voor jullie. Ga maar naar de winkel en koop olie voor jezelf. Maar hierdoor waren ze te laat en mochten niet meer binnen op het feest.
  32. Lucas en Mattheüs maken een plan: Lucas en Matteüs bedenken hoe het geboorteverhaal van Jezus in elkaar kan gezet worden. Hij is namelijk in Nazaret geboren, maar zou eigenlijk in Betlehem moeten zijn, in de stad van David. Ook voor het hebben van een hemelse vader moet er iets anders zijn dan een timmerman als vader. En hoe zat het met die volkstelling?...
  33. De geboorte van Johannes de Doper: Zacharias en Elisabet waren al oude mensen, ze hadden geen kinderen. Elisabet was onvruchtbaar. Ze leken op Abraham en Sara, die door een godswonder op latere leeftijd nog een zoon kregen, Isaak. Hier durfden ze niet op te hopen,zoiets gebeurt alleen in verhalen. Tweemaal per jaar moest hij, samen met andere priesters een week lang dienst doen in de tempel, deze keer misschien wel voor het laatst... Nog nooit in hij het Heilige van de tempel binnengeweest. Dagelijks wijst het lot een priester aan om daar ter ere van God het reukoffer te ontsteken en daarna het volk de zegen te geven. Deze keer wordt zijn naam door het lot geworpen! Het wierookvat trilt in zijn handen. Gabriël, de engel daalde uit den hoge neer in het Heilige waar hij alleen was. Elisabet zal een zoon ter wereld brengen, Johannes is zijn naam. Hij zal de mensen in Israël weer laten zien wie God is. Johannes betekent God is genadig. En zo voelde het ook.
  34. Het lied van Maria: Zes maanden later werd engel Gabriël weer naar de aarde gezonden. Deze keer bij Maria, een jonge vrouw in Nazaret, in Galilea. Hij zegt haar dat ze niet bang moet zijn, maar juist blij. Je mag moeder worden, moeder van een zoon. Hij zal de grote koningszoon zijn uit het huis van David, waar heel Israël al eeuwen op wacht. Jezus zal zijn naam zijn. Zoon van God zal hij worden genoemd. Maria gaat naar Elisabet en blijft er logeren. Ze maakte er een lied nadat ze las uit het boek van God, het oude verhaal van Hanna die onvruchtbaar was en door Gods genade toch een zoon ter wereld bracht.
  35. Het geboorteverhaal van Lucas: Lucas schrijft een geboorteverhaal over Jezus.
  36. Het geboorteverhaal van Mattheüs: Matteüs schrijft er ook een, hetgeen we kennen.
  37. De kindermoord: De koning Herodes en nadien zijn zoon waren slecht en bang van Jezus. Ze laten alle kinderen van Betlehem vermoorden, zo weten ze zeker dat ook het koningskind dood is en dan kan hij rustig op de troon blijven zitten. Maar een engel verscheen bij Jozef en zei: Sta op, neem het kind en zijn moeder en vlucht naar Egypte, en blijf daar tot ik het zeg. Toen Herodes stierf liet de engel hen terugkeren, maar de zoon was even slecht als zijn vader en dus moest de engel opnieuw verschijnen bij Jozef. Ga maar liever een heel eind weg, ga maar naar Nazaret, in Galilea. De dood kon hem maar niet te pakken krijgen.
  38. De twaalfjarige Jezus in de tempel: Jezus en zijn familie vierden het paasfeest in de tempel toen hij 12 jaar oud was. Toen het feest voorbij was begonnen Jozef en Maria samen met vrienden uit Nazaret weer aan de lange tocht naar huis. Jezus reisde met familieleden in een ander groepje. Tenminste, dat dachten zijn ouders. Maar toen ze 's avonds bij de herberg kwamen om te overnachten bleek Jezus tot hun grote schrik niet in dat groepje te zitten. Niemand wist waar hij was. De volgende dag gingen ze op zoek naar hem en vonden hem in de tempel tussen schriftgeleerden, luisterend naar de verhalen over Mozes en Elia. Jullie weten toch dat ik moet zijn in wat van mijn Vader is? zei hij toen ze kwaad werden op hem.
  39. Doop in de Jordaan: Jezus werd gedoopt in de Jordaan door Johannes de Doper. Die doet dit na lang aandringen, want hij vindt dat Jezus hem moet dopen en niet andersom.
  40. Roeping van de discipelen: Jezus vraagt aan vissers om met hem mee te gaan het woord van God te verkondigen. De eerste 4 discipelen komen hier met hem mee.
  41. Door een gat in het dak: Mannen laten een lamme man door een opening in het dak tot bij Jezus zakken. Die geneest hem met de woorden sta op en ga, u zal genezen zijn.
  42. De roeping van Levi: Jezus gaat op bezoek bij Levi, een tollenaar aan de rand van het meer van Galilea. Jezus zet hem voor de keuze tussen God en de Mammon, de god van het geld.
  43. De dood van Johannes de Doper: Johannes werd ter dood gebracht door Herodias, de vrouw van Herodes. Die vond dat hij haar geluk vergalt, hij maakt haar leven kapot. Daarom bedenkt ze een plan en laat ze haar zoon vragen om het hoofd van Johannes de Doper.
  44. Met Mozes en Elia op de berg: Jezus gaat naar de berg, net zoals Mozes die de tien geboden kreeg op een berg en Elia die dicht bij God wilde zijn en daarom een berg beklom. Petrus en Johannes gaan met hem mee en wachten beneden. Eerst willen ze er tenten bouwen en voor altijd daar blijven, na een stem van God besluiten ze terug naar de mensen te gaan.
  45. Koning op een ezel: Jezus houdt een intocht in Jeruzalem en leent daarvoor een ezel. Niemand stelt zich vragen wanneer zijn discipelen de ezel halen in een naburig dorp. Hij koos voor een ezel om een nederige koningszoon te zijn, niet op een hoog paard boven de mensen.
  46. Op het tempelplein: Hier maakt Jezus zich erg kwaad, eruit! Dit is het huis van God, maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt. Waar liefde moet wonen, woont nu verloedering. Wegwezen! Zo kwaad was Jezus dat hij de kramen van de kooplieden en de tafeltjes van de geldwisselaars omvergooide, de munten rolden over het tempelplein. Verdwijn!
  47. Op heterdaad betrapt: Schriftgeleerden willen een vrouw stenigen. Dit is een slechte vrouw, een zondenares. Ze heeft overspel gepleegd. Ze is getrouwd, maar ze is met een andere man naar bed geweest, wij hebben het zelf gezien. In de heilige boeken van Mozes staat dat zo'n vrouw gestenigd moet worden. Eens met Mozes of niet?... Wie zonder zonden is, werpe de eerste steen.
  48. Mirre voor de koningszoon: Een vrouw giet een hele kan mirre over Jezus. Met mirre worden Israëls koningen door profetenhanden gezalfd. Maar ook Israëls doden worden ermee gezalfd. Iedereen neemt het op als verspilling en zonde. Maar Jezus niet. Hij vindt het een eer.
  49. Het laatste avondmaal (1): Het verhaal van het laatste avondmaal waarbij Jezus samen met zijn discipelen het paaslam eet, het brood breekt en de wijn drinkt.
  50. Het laatste avondmaal (2): Vervolg op vorige
  51. In de hof van Getsémané: Jezus zoekt een plek om te bidden, zijn discipelen wachten en vallen in slaap. Maar Jezus vroeg de wacht te houden. Ook de tweede en derde keer als Jezus terugkomt, slapen zijn dicipelen. Judas verraadt Jezus hier, hij leidt de soldaten naar Jezus toe en kust hem om hem aan te duiden.
  52. Toen kraaide een haan: Jezus zegt dat al zijn volgelingen hem in de steek zullen laten. Petrus zegt dat hij dat nooit zal doen, maar Jezus zegt van wel, tot 3 keer toe en dan zal er een haan kraaien. Inderdaad...
  53. De dood van Judas: Judas spoedt zich naar de tempel en doet een dappere schuldbekentenis. Hij zegt dat hij onschuldig bloed heeft verraden. Judas had wel iets van de verloren zoon die naar zijn vader terugkeert. Maar dat was mis. De priesters trokken zich terug en Judas kon geen kant meer op. Hij hing zich op aan een boom.
  54. Voor Pilatus: Hier moest Jezus bij Pilatus komen. Die wil hem niet doden, maar zijn opgezet plan mislukt. Tijdens het feest laat hij altijd een gevangene vrij die door het volk is gekozen. Maar tijdens het feest krijgt hij een briefje van zijn vrouw, waardoor de priesters en schriftgeleerden de tijd kregen om zich op het plein in te mengen. Barabbas werd vrijgelaten, Jezus ter dood veroordeeld.
  55. De kruisiging: Jezus moet naar de plaats van kruisiging lopen en terwijl het kruis dragen. Hij sterft aan het kruis met twee rovers naast hem. Pontius Pilatus krijgt die avond bezoek van Jozef van Arimatéa. Dit was een rijk en aanzienlijk man in Jeruzalem en een volgeling van Jezus. Hij vraagt of hij het lichaam van Jezus krijgt om hem in een mooi graf te leggen. Het mag van Pilatus.
  56. Opstanding: Maria Magdalena ontdekt dat Jezus niet meer in zijn graf ligt.
  57. De man op de oever: De discipelen vissen, maar vangen niets. Jezus stond aan de oever en zei dat ze het net over een andere boeg moesten gooien. Ze gooiden het net uit aan de andere kant van hun schip en vingen een heel net vol. Johannes herkende Jezus op de oever. Petrus belooft tot driemaal toe voor de schapen van Jezus te zorgen.
  58. De gelijkenis van de talenten: Landheer vertrekt naar ver land, geeft 5 talenten aan eerste dienaar, 2 aan tweede dienaar en 1 aan derde dienaar. Eerste koopt zaaigoed, hark, schoffel, grote gieter. Toen koren gemaaid was, kreeg hij 10 talenten. De tweede dienaar koopt ook zaaigoed en gereedschap, toen koren gemaaid was, kreeg hij 4 talenten. De derde dienaar graaft gat en stopt daar het talent in. Landheer is boos op de laatste, had beter op bank kunnen zetten voor rente dan er niets mee te doen, het als dood ding in de grond te stoppen.
  59. Hemelvaart: Laatste keer dat Jezus verschenen is aan discipelen.
  60. Pinksteren: Mooie gedachte om Jezus pas 40 dagen na Pasen ten hemel te laten opvaren. Wij hadden veel tijd nodig om na zijn dood ons geloof weer wat bij elkaar te sprokkelen. Net zoals ons volk veertig jaar nodig had om na de uittocht uit Egypte een echt volk te worden. En net zoals Mozes veertig dagen op de berg Sinaï was om van aangezicht tot aangezicht met God te spreken en de Tien Woorden te ontvangen. Veertig is een mooi getal. Ja, en vijftig ook. Daarom zal ik op de vijftigste dag na Pasen, wanneer wij het Pinksterfeest vieren, vertellen over de uitstorting van de Heilige Geest. Dan is het voortaan dubbel feest, die dag. Dan vieren wij als vanouds dat God vijftig dagen na de uittocht uit Egypte met ons volk een verbond gesloten heeft, bij de berg Sinaï. Je weet wel, die dag dat de engelen de Tien Woorden in alle zeventig talen van de wereld hebben vertaald. En dan vieren wij voortaan ook dat dankzij Jezus de geest van God weer ging waaien en dat wij de opdracht kregen om in die geest te leven en om in alle talen van de wereld van hem te getuigen, tot aan het einde van de aarde. Alle zeventig volkeren van de wereld komen samen in Jeruzalem, luisterend naar... Petrus.
  61. Een liedje van verlangen: Matteüs schreef een soort lied dat hij en Lucas samen hadden bedacht, in 8 spreuken. Een liedje van verlangen naar het koninkrijk van God. Gelukkig zijn de nederigen van hart, want voor hen is het koninkrijk van God. Gelukkig de getreurden, want God zal hen troosten. Gelukkig de zachtmoedigen, want de aarde zal van hen zijn. Gelukkig wie hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want God zal hen verzadigen. Gelukkig de barmhartigen, want God zal barmhartig voor hen zijn. Gelukkig de zuiveren van hart, want zij zullen God zien. Gelukkig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God worden genoemd. Gelukkig die vervolgd worden omdat zij rechtvaardig zijn, want voor hen is het koninkrijk van God.
  62. Nawoord: Hierin vertelt de auteur van het boek dat het eigenlijk niet waar is dat Lucas en Matteüs het boek samen schreven. De 4 evangelisten hebben hun verhalen jaren na de dood van Jezus opgeschreven, apart. Hij fantaseert ook dat de evangelisten over het randje van de hemel naar beneden kijken en zich bedenken dat hun verhalen in alle talen van de wereld zijn vertaald en dat ze nu al eeuwenlang iedere dag door miljoenen worden gelezen en doorverteld, in grote kathedralen en in kleine kapelletjes, in paleizen en schamele hutten...
  63. Verantwoording: Hierin vernoemt de auteurs allemaal mensen aan wie hij verhalen te danken heeft en wie zijn steentje heeft bijgedragen. Vriendelijk.

maandag 28 december 2009

mijn eigen geloof...!

Ik geloof dat...



1. God van me houdt...
2. Er een weg naar de hemel bestaat...


3. Er iets moet zijn achter die wolken...


4. Kaarsen licht kunnen brengen in sombere en donkere dagen...



5. Ik steun haal uit dit gedicht...




6. Dit gedicht het best kan omschrijven hoe ik over God denk...





7. Bidden een grote steun kan zijn bij moeilijke momenten...



Dit zijn de dingen waar ik achter sta, die mijn geloof in God en alles wat daarbij hoort het best kan omschrijven en uitbeelden!

zondag 27 december 2009

ik geloof...

Als ik de zin hoor: "ik geloof...", dan denk ik meteen aan de Apostolische geloofsbelijdenis. Die wordt vaak opgezegd tijdens vieringen in de kerk. Ik zet hem even neer in mijn blog:

Wij geloven:
in één God en Vader Almachtig, die hemel en aarde maakte, en de zee en al wat daarin is;
en in één Christus Jezus, de Zoon van God, onze Heer;
die vlees geworden is uit de maagd tot ons behoud;
en in Zijn lijden onder Pontius Pilatus;
en in Zijn dood en opstanding;
en in Zijn lichamelijke vaart ten hemel;
en in Zijn wederkomst uit de hemel in de heerlijkheid van de vader om alle dingen onder één Hoofd te vergaderen en over allen een rechtvaardig oordeel uit te spreken;
en in de Heilige Geest;
en dat Christus zal komen van de hemel om alle vlees op te wekken, en de goddelozen en onrechtvaardigen te verwijzen naar het eeuwige vuur;
en om aan de rechtvaardigen en heiligen onsterfelijkheid en eeuwige heerlijkheid te geven.


Ook denk ik dan aan gebeden zoals Het Onze Vader en Wees gegroet Maria...

Onze Vader Die in de Hemelen zijt,
geheiligd zij Uw Naam.
Uw Rijk kome,
Uw Wil geschiede op aarde als in de Hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
gelijk ook wij vergeven aan onze schuldenaren.
En leid ons niet in bekoring,
maar verlos ons van het kwade.
(Want van u is het Koninkrijk,
en de kracht
en de heerlijkheid
tot in eeuwigheid.)
Amen.


Wees gegroet Maria,
vol van genade.
De Heer is met U.
Gezegend zijt Gij boven alle vrouwen,
en gezegend is de vrucht van Uw lichaam,
Jezus.
Heilige Maria,
Moeder Gods,
bid voor ons,
arme zondaars,
nu en in het uur van onze dood.
Amen.

Maar dit is niet echt wat ik geloof. Dit is namelijk wat mij altijd werd aangebracht op school. Ik volgde er namelijk Cathechese en later Godsdienst. Maar vooral bij Cathechese werd dit opgedrongen.

De laatste twee gebedjes gebruik ik ook wel eens om te bidden, maar meestal bedenk ik zelf een tekstje of gedichtje. Voor mij is het veel persoonlijker op die manier. Je hebt dan het gevoel dat er echt naar jou geluisterd wordt ipv een gebedje dat iedereen gebruikt, dat God enz zelf al vanbuiten kennen.

Ik ga mijn geloof nog proberen uit te leggen in een volgend bericht...

lezen van een tijdschrift: Naomi (2)

Naomi 3 15 januari 2006- 14 maart 2006
Geloofstijdschrift voor kinderen van 4-7 jaar
=> tweemaandelijks, uitgeverij Averbode Missio, Illustrator Michel Backès

"David en Goliat"

Inhoud:
  1. Verhaal David en Goliat
  2. Uitleg over David met prent erbij
  3. Vingerpopjes maken
  4. David zingt voor God
  5. Prenten omschrijven
  6. Talenten van jezelf omschrijven
  7. Albero, verhaal over anderen in de wereld
  8. Verhaaltje vertrouwen
  9. Kerk plooien
  10. Bijgevoegde uitleg voor leerkracht

Eigen mening per onderdeel:

  1. Mooi verhaal, opfrissing voor mezelf (wist niet meer waarover het ging)
  2. Uitleg misschien overbodig voor kleuters, leuke prent
  3. Kleuters maken heel graag vingerpopjes en spelen er ook graag mee (ervaringen stages)
  4. Gebedjes op originele manier gebracht
  5. Soort praatplaat
  6. Zeer moeilijke opdracht voor mezelf, voor kleuters misschien eenvoudiger
  7. Informatief stukje, hoort erbij
  8. Leuk verhaal, kleuters luisteren graag naar verhalen, zeker als het herkenbaar is
  9. Het plooien van de kerk vind ik niet zo een leuke opdracht, komt saai over
  10. Informatie en tips zijn steeds leuk voor mij

Lezen van een tijdschrift: Naomi

Naomi 1 sept-okt 2006
geloofstijdschrift voor kinderen van 4-7 jaar
=> tweemaandelijks, uitgeverij Averbode Missio, illustrator Michel Backès

"De kleuren van de regenboog"

Inhoud:
  1. Verhaaltje "Grijs is een lelijke kleur!"
  2. Inkleuren tekeningen
  3. Spel van Noach
  4. Missio helpt kinderen in Venezuela
  5. Foto schoolgroep De Regenboog
  6. Verhaaltje "De legende van de regenboog"
  7. Verbonden met elkaar
  8. Regenboog maken
  9. Gebedje
  10. Bijgevoegde uitleg voor leerkracht

Eigen mening per onderdeel:

  1. Bij het verhaal hoorde echt een moraal. In dit geval was het dat je iedereen nodig hebt, dat iedereen erbij hoort. Je mag anderen niet uitsluiten, iedereen is evenveel waard.
  2. Hier moeten de kinderen vertellen welke kleuren ze gebruikten bij het inkleuren en waarom ze dat deden. Het zou de bedoeling zijn dat ze donkere kleuren gebruiken voor sombere situaties en lichte kleuren voor vrolijke en leuke situaties.
  3. Dit lijkt me een erg moeilijk spel voor kleuters, ik begreep het ook pas na enkele keren de uitleg te lezen.
  4. Informatief stukje, hoort erbij.
  5. Kleuters mogen hierbij beschrijven wat ze zien en een reden bedenken waarom deze schoolgroep de regenboog wordt genoemd.
  6. Een leuk verhaal voor kinderen over hoe de regenboog ontstaan is
  7. De symbolen van verbondenheid worden vermeld, zeer leuk.
  8. Knutseloefening voor kinderen, kan leuk zijn maar slechts voor 1 keer.
  9. Gebedje is erg mooi.
  10. Zeer handige bijsluiter, tips en instructies zijn altijd welkom voor leerkrachten.

geloofsmomenten tijdens vakanties het afgelopen jaar

Spanje 2009: voetstappen in het zand...
Spanje 2009: soort kerk tegengekomen met prachtige beelden erin...






Spanje 2009: mensen zijn als stenen, allemaal dezelfde benaming, maar toch allemaal anders...

Spanje 2009: Jezus' leven is zoals een puzzel; allemaal puzzelstukjes die lijken te passen, maar als we ze nader bekijken, lijken ze toch niet echt in mekaar te zitten...

Zeeland 2009: een spoor in het zand, van mij en van wie nog...

Zeeland 2009: net zoals de weg doorheen de zee die God maakte voor Mozes...


Dit waren allemaal momenten voor mij tijdens vakanties het afgelopen jaar waarbij ik aan God, geloof, de mens en anderen dacht. De foto's heb ik allemaal zelf gemaakt. Ze betekenen voor mij veel, omdat ik hierdoor een herinnering heb aan deze momenten en vakanties, en tevens weet dat ik er niet alleen voor sta...

woensdag 11 november 2009

eigen achtergrond op vlak van godsdienst

Ik werd geboren op 30 juni 1988.
Na mijn geboorte kwam ik al meteen in aanraking met het geloof, ik werd gedoopt in een Katholieke kerk.
Ik ging naar de ukkies te Hasselt vanaf 1 jaar tot 3 jaar.
Toen ik 3 jaar was, ging ik naar de kleuterschool. Hier werd Katholiek onderwijs gegeven, maar tijdens die jaren was de term ervoor "Catechese".
Ik verbleef in de Mozaïekschool te Hasselt gedurende zowel mijn kleuter- als lagere schoolperiode.
Op mijn 6 jarige leeftijd deed ik ook mijn eerste communie. In de daarop volgende jaren ging ik regelmatig naar de Katholieke kerk.
Na de lagere school moest ik de keuze maken welke school ging volgen. Er kwamen meerdere bezoeken in scholen en ik koos voor de Vrije Middenschool te Zonhoven. Hier kreeg ik nog steeds Godsdienst.
Bij de overgang van het tweede naar het derde middelbaar, werd ik verplicht naar een technische richting over te schakelen indien ik op deze school bleef. Ik heb dan beslist om van school te veranderen.
Zo kwam ik in de Provinciale Handelsschool te Hasselt terecht. Ik volgde er de richting Humane Wetenschappen en kon er kiezen tussen diverse geloofsonderrichten. Na afweging tussen zedenleer en Godsdienst, koos ik opnieuw voor Godsdienst.
Tijdens de 4 daarop volgende jaren kreeg ik Godsdienst op vele manieren, van verschillende leerkrachten. Zo was er een non bij die enorm veel over Jezus en God bleef praten, een vrouw die niet alles over de bijbel geloofde en dus ook vaak over andere geloven en dingen les gaf, iemand die vooral de nadruk op relaxatie en ontspanning legde,...
Toen kwam de hogeschool eraan, ik koos voor de richting Bachelor in het Kleuteronderwijs in de Xios Hogeschool te Hasselt. Ik deed 3 jaar over deze richting, maar kreeg geen diploma.
Daarom ben ik overgeschakeld naar de Khlim. Ik koos voor avondonderwijs en niet voor dagonderwijs omdat ik op deze manier terwijl kan werken en bij volwassenen kan lesvolgen, een levensgroot verschil met de dagopleiding van de Xios. Gelukkig mocht ik instappen in 2de bachelor en moest ik niet helemaal opnieuw starten.
Hier volg ik Godsdienst van het eerste jaar ook nog, aangezien ik het tijdens die drie jaar niet meer heb gehad.